

Uw paard... onze zorg!
De paardenpraktijk beschikt over een ambulante praktijk die zich uit strekt van Beveren tot Zelzate en van de Westerschelde tot aan de Durme.
Kwaliteit, service en persoonlijk contact staan centraal in het werk van onze ambulante praktijk. De dierenartsen zijn dan ook dag en nacht 7/7 beschikbaar voor spoedgevallen.
Onze paardenpraktijk vervult naast een eerstelijnsfunctie ook een verwijsfunctie voor dierenartsen uit de streek.
De nadruk ligt hierbij op tweedelijnsonderzoek en behandeling, inclusief de eventueel nodige intensieve zorgen.
Om samenwerking en nabehandeling te optimaliseren wordt er veel aandacht besteed aan goede communicatie met eigenaren en doorverwijzende dierenartsen.
Vaccinaties
Een vaccin is een kleine hoeveelheid dood of verzwakt micro-organisme (bv. een virus of een bacterie), dat wordt ingespoten in het dier. Hierop reageert het lichaam door antistoffen aan te maken tegen het betreffende micro-organisme. Doordat de hoeveelheid dood of verzwakt micro-organisme zo klein is, kan dit geen ziekte bij het dier veroorzaken. Als het lichaam later in contact komt met het micro-organisme, zullen de reeds aanwezige antistoffen die onmiddellijk aanvallen en de ziektekiem uitschakelen.
Het influenzavirus veroorzaakt een infectie van de bovenste luchtwegen. Dit kan gepaard gaan met de volgende symptomen; hoge koorts, verminderde eetlust, algemeen ziek zijn en hoesten. Secundair kan een bacteriële infectie optreden, doordat bacteriën die normaal ter hoogte van de slijmvliezen aanwezig zijn, het nu beschadigde slijmvlies binnentreden. Dit kan lichte tot vergevorderde longontstekingen tot gevolg hebben.
Volwassen paarden sterven zelden aan een influenza infectie, veulens daarentegen die onvoldoende antistoffen binnen hebben gekregen vormen een risicogroep.
Vaccinatieschema
Om een goede weerstand op te bouwen is het zinvol een paard jaarlijks, beter nog 2 keer per jaar te vaccineren tegen influenza. Een paard dient echter wel een basisenting te krijgen, welke herhaald dient te worden 4 tot 6 weken later en nogmaals 6 maand later. Veulens worden vanaf een leeftijd van 4 tot 6 maanden oud voor het eerst gevaccineerd.
Wedstrijden
Paarden die aan wedstrijden deelnemen die onder VLP vallen, dienen ten laatste 6 maanden voor de wedstrijd een inenting gehad te hebben. De LRV eist dat de deelnemende paarden jaarlijks gevaccineerd worden.
Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium Tetani. Paarden zijn erg gevoelig voor deze bacterie en het sterftepercentage bij een besmetting ligt voor paarden dan ook erg hoog. De bacterie is een bodembewoner, die altijd en overal om ons heen voorkomt. Een infectie kan ontstaan doordat sporen, die door de bacterie uitgescheiden worden in een wonde terecht komen. De sporen kunnen zich ontwikkelen tot een bacterie wanneer zij in een warm, vochtig milieu terecht komen zonder zuurstof (bv. diepe wonde). De bacteriën zullen in het lichaam een toxine produceren. De ziekte begint met een stijfheid van de kaakspieren en breidt zich uit tot een kramptoestand van het hele lichaam. Het paard zal uiteindelijk sterven.
Vaccinatieschema
Een preventieve vaccinaties is voor het paard van levensbelang. Vaak wordt de vaccinatie tegen influenza gecombineerd met de vaccinatie tegen tetanus, waardoor bij een goed gevaccineerd paard een goede immuunstatus gewaarborgd is. Het vaccinatieschema loopt hierdoor gelijk met dat van influenza.
Rhinopneumonie bij het paard wordt veroorzaakt door herpesvirussen (EHV-1 tot 5). In België komen bijna alle paarden in contact met het EHV-4 virus en 20 tot 30 % van de paarden met het EHV-1 virus.
Rhinopneumonie kent drie verschijningsvormen:
- Verkoudheidsvorm:
Deze vorm vertoont algemene verkoudheidssymptomen, lijkend op griep, zoals koorts, neusvloei, hoest, eventueel dikke benen, ... . Voornamelijk jonge paarden zijn hier gevoelig voor. Deze vorm wordt voornamelijk veroorzaakt door het EHV-4 virus. Net zoals bij influenza kan een secundaire bacteriële infectie voorkomen.
- Abortusvorm:
Het kan aanleiding geven tot abortus (vaak vanaf de 7e maand van de dracht) of tot zwakke tot doodgeboren veulens. Deze vorm wordt veroorzaakt door het EHV-1 virus.
- Neurologische vorm
Deze vorm komt maar incidenteel voor. Het betreft een ernstige verlamming die begint ter hoogte van de achterhand. Het paard is verlamd aan de achterbenen, kan niet meer urineren en mesten en de staart hangt slap. Deze symptomen breiden zich uit naar de voorhand en kan mogelijks tot sterfte leiden. Deze vorm wordt veroorzaak door het EHV-1 virus.
De verspreiding van het virus vindt voornamelijk plaats door direct en indirect contact tussen de paarden. Bij een abortus zijn de vrucht en zijn vruchtvliezen een grote bron van besmetting. Het wordt aangeraden om de vrucht en zijn vruchtvliezen in een waterdichte zak te verpakken en op te sturen naar een labo. De merrie dient gedurende 4 weken geïsoleerd te worden van andere paarden.
Vaccinatieschema
De vaccinatie tegen rhinopneumonie dient halfjaarlijks herhaald te worden en is enkel zinvol als alle paarden op een bedrijf/stal gevaccineerd worden. Ook hier wordt eerst een basisenting toegediend die 4 tot 6 weken later herhaald wordt. Veulens worden vanaf een leeftijd van 4 tot 6 maanden oud voor het eerst gevaccineerd.
Het vaccineren van drachtige merries is ook van groot belang. De merries worden gevaccineerd tijdens 5, 7 en 9 maanden dracht.
Redenen genoeg dus om tot vaccinatie over te gaan. Vaccineren biedt echter geen volledige bescherming, maar het virus zal minder makkelijk aanslaan en de paarden die dan toch besmet raken zullen minder virus uitscheiden.
Het West-Nile-virus is een virus dat overgebracht wordt door muggen. Het is besmettelijk voor paarden, vogels en mensen. Enkel vogels gaan het virus actief uitscheiden, paarden en mensen zijn slechts een tussengastheer. Trekvogels kunnen het virus meenemen uit Afrika en overbrengen naar gematigde streken in Europa en Azië.
De symptomen beginnen met koorts en vage algemene klachten. In een verdere instantie worden bewegingsstoornissen en paralyse van de achterhand gezien. De paralyse breidt zich verder uit naar de voorhand, spierrillingen, spierstijfheid en gedragswijzigingen worden gezien. Uiteindelijk raakt het paard volledig verlamd.
De ziekte voorkomen is enkel mogelijk door contact met muggen en vogels te vermijden en te vaccineren. Het vaccin biedt een 90 tot 95% bescherming tegen de ziekte. Niet alle paarden die besmet raken zullen symptomen vertonen.
Vaccinatieschema
De vaccinatie tegen het west-nile-virus dient jaarlijks toegediend te gebeuren. De basisvaccinatie bestaat uit 2 entingen met een tussentijd van 4 tot 6 weken.
Het rotavirus is een belangrijke oorzaak van infectieuze diarree bij het veulen. Het virus tast de dunne darm van het jonge veulen aan met diarree tot gevolg.
Het vaccin wordt toegepast bij de drachtige merrie om zodoende een passieve immunisatie van het veulen via het colostrum te verkrijgen. Rotavirusdiarree kan slechts uitblijven wanneer het veulen binnen de 24uur na de geboorte voldoende colostrum heeft opgenomen.
Vaccinatieschema
Drachtige merries worden in de 8e, 9e en 10e maand gevaccineerd van elke dracht.
Ontwormen
Rondwormen
Bij de klasse van de rondwormen onderscheiden we vier soorten wormen die bij onze paarden vaak voorkomen en van belang zijn.
- Grote strongyliden (Strongylus vulgaris)
Alle paarden kunnen en worden regelmatig besmet. Mogelijke symptomen zijn sufheid, vermageren, dof haarkleed, koliek en eventueel diarree.
- Bloedwormen of de kleine strongyliden (Cyathostominae)
Bij een ernstige besmetting kunnen vermageren, koliek en diarree gezien worden.
- Spoelwormen (Parascaris equorum)
Deze komen voornamelijk bij jonge paarden voor en kunnen hoest en koliek veroorzaken.
- Veulenwormen (Stongyloides westeri)
De larven worden via de merriemelk en door de huid opgenomen. Het veulen kan reeds na enkele dagen zelf eitjes uitscheiden en zichzelf herbesmetten. Mogelijke symptomen zijn koliek en diarree.
Lintwormen (Anaplocephala perfoliata)
Lintwormen leven ter hoogte van de overgang van de dunne naar de blinde darm van het paard. Daar kunnen ze enorm lang worden en eventueel de overgang blokkeren. Dit kan een zeer ernstige koliek veroorzaken.
Aarswormen (Oxyuris equi)
De aarsworm leeft in het laatste gedeelte van de darm van het paard. De wormen leggen hun eitjes rondom de anus. Deze veroorzaken jeuk en het paard zal zich beginnen schuren ter hoogte van zijn staart.
Horzel
De paardenhorzel is geen echte worm, maar wel een inwendige parasiet van het paard. Het is de larve van een vlieg (Gastrophilus spp) die voornamelijk tussen augustus en oktober last kan veroorzaken. Ze legt eitjes, welke we typisch ter hoogte van de manen en poten terugvinden. Deze worden opgelekt en vormen dan de larven die zich vasthechten in de maag en daar de winter overleven. Typisch is een verminderde eetlust en geeuwen.
Elk paard heeft wormen. Bij een geringe besmetting leidt dit bijna nooit tot problemen. Bij een zware besmetting echter wordt de conditie en de gezondheid van het paard aangetast.
Bij ons op de praktijk kan u een meststaal laten onderzoeken. U kan gewoon de verse mest oprapen en koel bewaren. Wij bieden u een snelle en kwalitatieve service hieromtrent.
Een parasitologisch mestonderzoek kan nuttig zijn om de
- Grootste uitscheiders aan te tonen op de weide
- Ontwormingskosten te besparen
Een mestonderzoek heeft helaas ook enkele beperkingen waardoor het niet steeds een indicator kan zijn voor een ontwormingsschema.
Belangrijke maatregelen die in acht dienen genomen te worden om een wormbesmetting zoveel mogelijk in te perken zijn:
- Mest verwijderen van weide (minimaal 1 keer per week)
- Maaien van eerste gras (uitdrogen van larven)
- Geen overbezetting
- Leeftijdsgroepen apart
- Nieuwe paarden ontwormen vooraleer op de weide
- Alle paarden tegelijk en met zelfde product ontwormen
- Voeder de paarden voldoende bij
- Tracht weiden te roteren met schapen en runderen (verdunningseffect)
Globaal genomen zijn er zes soorten ontwormingsmiddelen in de handel. Overleg steeds met uw dierenarts welk middel voor uw paarden, naargelang het seizoen en in uw situatie het meest geschikt is.
- Benzimidazole-verbindingen
- Pyrantel
- Ivermectine
- Moxidectine
- Praziquantel
- Combinatiepreparaten
- Moxidectine + Praziquantel
- Ivermectine + Praziquantel
Praziquantel is het product bij uitstek tegen lintwormen. Er wordt aangeraden 1 à 2 keer per jaar te ontwormen tegen lintwormen, bij voorkeur in maart/april en september/oktober.
Veulens dienen veel intensiever ontwormd te worden. Het is in eerste plaats van uitermate belang dat de merrie tijdens de laatste maand van de dracht ontwormd werd. Het veulen dient op dag 10 ontwormd te worden en nadien om de maand. Om de maand dient het veulen ontwormd te worden met pyrantel, in overleg met uw dierenarts.
Men dient speciaal aandacht te vestigen op moxidectine. Dit product mag nooit aan veulens onder de vier maanden gegeven worden, bij voorkeur nooit aan paarden onder 1 jaar.
Gynaecologie
Onze dierenartsen staan gedurende het hele voorplantingsseizoen voor u klaar en zorgen voor een optimaal resultaat. Wij bieden kennis en ervaring op het gebied van vruchtbaarheidsbegeleiding bij het paard.
Om een professionele aanpak te garanderen vindt de gynaecologische begeleiding hoofdzakelijk plaats bij ons op de praktijk. Kwalitatief echografische onderzoek en inseminaties bij uw merrie vinden plaats in de daarvoor voorziene opvoelbox.
Insemineren kan zowel met vers als met diepvriessperma.
Ook bieden wij vele andere gynaecologische ingrepen aan zoals embryotransplantatie, ovariëctomie, verwijderen van ovariële tumoren, repositie van baarmoedertorsie, foetotomie ("uitzagen"), ... .
Embryospoeling, ofwel het uitspoelen van een embryo uit een donormerrie en inplanten in een draagmerrie, wordt omwille van verschillende redenen toegepast (oa. merries in de sport, niet in staat om zelf een vrucht te dragen, etc) en is in de afgelopen jaren enorm toegenomen. Sinds 2017 biedt Dierenartsenpraktijk Aan de watergang deze service aan en hebben we een ruime kudde nauwkeurig uitgezochte draagmerries.
Hoe gaat het in zijn werk?
Zeven of acht dagen na de eisprong (ovulatie) kan het embryo uit de baarmoeder van de donormerrie gespoeld worden. Een flexibele sonde wordt dan via de vagina en baarmoedermond tot in de baarmoeder gebracht. Vervolgens laten we een steriele oplossing in de baarmoeder lopen die onmiddellijk terug wordt opgevangen. Deze spoelvloeistof wordt over een filter gegoten en hierna wordt het embryo met behulp van de microscoop opgezocht. Op het ogenblik van de spoeling is het embryo nog zeer klein (< 1 mm) zodat dit niet met het blote oog mogelijk is. Na enkele wasstappen is het embryo klaar om overgeplant te worden in een draagmerrie.
Praktische noot:
Van zodra de donormerrie gedekt is en geovuleerd heeft, kan er een afspraak gemaakt worden voor embryospoeling. Deze spoeling kan bij ons op de praktijk gebeuren of uw dierenarts kan de spoeling uitvoeren en het embryo nadien naar ons opsturen. Belangrijk is dat de merrie dagelijks op ovulatie gecontroleerd wordt zodat we het meest optimale moment voor embryospoeling kunnen bepalen.
Mankheidsonderzoek
Een mankheidsonderzoek of orthopedisch onderzoek, wordt uitgevoerd wanneer uw paard problemen ondervindt ter hoogte van het bewegingsstelsel, meer bepaald ter hoogte van de botten, spieren, gewrichten en pezen. De basis bestaat uit een klinisch orthopedisch onderzoek (inspectie, palpatie en beweging) al dan niet aangevuld met diagnostische anesthesieën, medische beeldvorming en een adequate behandeling.
Hierbij is het van belang het paard eerst goed te bekijken. Daarna wordt een grondige palpatie van de spieren, gewrichten, ligamenten en pezen uitgevoerd om eventueel aanwezige pijn, zwelling en andere fysische abnormaliteiten op te merken.
Na het statische onderzoek wordt er overgegaan tot een bewegingsonderzoek, al dan niet bereden. Naargelang het letsel zal het manken duidelijker worden op harde bodem of op zachte bodem of op het buiten- of binnenbeen. Naargelang de klinische relevantie wordt dit onderzoek verder aangevuld met flexie- en extensieproeven.

Wanneer de kreupelheid vastgesteld is, wordt aangetoond van waar deze afkomstig is met behulp van diagnostische anesthesieën. Zowel geleidings- als intra-articulaire anesthesieën kunnen uitgevoerd worden. We beginnen meestal onderaan het lidmaat en klimmen dan stapsgewijs op.
Met behulp van digitale radiografie en echografie kan men trachten het letsel in beeld te brengen. Dankzij de reeds uitgevoerde anesthesieën hoeft men niet het hele paard in beeld te brengen en kunnen tijd en kosten uitgespaard worden. Inzake behandeling is het belangrijk te weten of het letsel aanwezig is in bot, pees, ligament, kraakbeen, ... en de aard ervan.
Wanneer de diagnose gesteld is, kan overgegaan worden tot een behandeling. De meest gangbare behandelingstechnieken kan u bij ons terugvinden.
Keuring
Paarden worden doorgaans bij verkoop of aankoop veterinair gekeurd, met als doel een inschatting te maken van de gezondheid en bruikbaarheid van het paard. Het paard wordt onderzocht en eventuele afwijkingen worden geïnventariseerd. De dierenarts geeft op basis daarvan een objectief advies inzake de risico's die ermee verbonden kunnen zijn om het beoogde gebruiksdoel van het paard te behalen.
Bij ons kan u verschillende keuringen aanvragen.
De klinische keuring vormt de basis van een keuring. De klinische keuring bestaat uit twee onderdelen, nl. een klinisch onderzoek en een bewegingsonderzoek.
Klinisch onderzoek
Tijdens het klinisch onderzoek wordt uw paard onderzocht in rust. Allereerst wordt het signalement gecontroleerd en de chip afgelezen.
Daarna wordt het paard van neus tot staart nagekeken:
- Inspectie en palpatie van de ogen, het gebit, mogelijke zwellingen en littekens, de ledematen, de rug, ...
- Auscultatie van hart en ademhaling
- Lichaamstemperatuur
Bewegingsonderzoek
Tijdens het bewegingsonderzoek wordt het paard bekeken tijdens stap en draf. Dit zowel op een harde als zachte bodem en op een rechte lijn als op cirkels. Ook buigproeven van de 4 ledematen worden uitgevoerd om eventuele kreupelheden te achterhalen.
Tijdens de beweging kunnen ook ademhalingsproblemen en eventuele neurologische problemen (bv. ataxie) opgemerkt worden.
Bij eventuele afwijkingen of kreupelheden kan dan een aanvullend onderzoek (radiografie, echografie, ...) uitgevoerd worden.
Dit type keuring houdt een klinische keuring in met daar bovenop een radiografische keuring.
De meerwaarde van een radiografische keuring is enorm. Bij de radiografische keuring worden röntgenfoto's genomen van de ledematen om zo eventuele afwijkingen op te sporen. Deze afwijkingen dienen gecorreleerd te worden aan de kliniek en kunnen zo de basis vormen voor een advies. Met het advies tracht men de toekomst van het paard in kaart te brengen. Ondanks de enorme meerwaarde, moet men toch bedacht zijn op de vele beperkingen en onvoorspelbaarheden in het paardenlichaam.
Het protocol dat we volgen bestaat uit 14 radiografieën. Indien gewenst kan dit steeds uitgebreid worden. De 14 radiografieën (4x voet, 4x kogel, 4x sprong, 2x knie) vormen een basis om de meest courante botafwijkingen en hun bijhorende pathologieën aan te tonen.
- Endoscopie
Het endoscopisch onderzoek wint meer en meer aan belang bij onze paardenpopulatie. De waarde ligt in het vroeg detecteren van cornage, omwille van een verminderd prestatievermogen en erfelijkheid.
Cornage is een verlamming van 1 van de twee arytenoïden gelegen in de larynx. Het proces wordt evolutief slechter tot een leeftijd van 6 jaar. Naargelang de gradatie produceren de aangetaste paarden een typisch grollend geluid tijdens prestatie. Het probleem ligt hem in de verminderde luchtpassage ter hoogte van de larynx met als gevolg een verminderd recuperatievermogen bij prestatie.
- Echografie van pezen en gewrichten
Echografie kan een meerwaarde bieden bij een keuring door het in beeld brengen van:- Peesstructuur
- Evaluatie van kraakbeen
- Botaflijning
- Zwellingen en vochtopzettingen
- ...
- Bloedonderzoek
Men kan enerzijds de parameters die de functie van de organen afspiegelen, bepalen, maar anderzijds ook het toedienen van eventuele ontstekingsremmers of prestatiebevorderende middelen.
Chirurgie
Dankzij ons team en een externe gespecialiseerde chirurg, nl. Stefan De Keersmaecker, kunnen we op onze praktijk de meest voorkomende operaties aanbieden. We beschikken over een operatieruimte, een recoverybox en voldoende stallingsmogelijkheden om de gepaste nabehandeling te garanderen.
Bij het merendeel van de operaties wordt er gebruik gemaakt van gasanesthesie en een adequate anesthesiebewaking. Na de operatie wordt het paard in de recoverybox gebracht, waar het door middel van geassisteerde recovery in alle veiligheid en rust kan ontwaken alvorens terug op stal te gaan.
Jaarlijks worden er in België duizenden veulens geboren. Ongeveer de helft daarvan is van het mannelijk geslacht. Slechts enkele van hen kunnen zich bewijzen in de fokkerij als dekhengst. De overgrote meerderheid van de hengsten wordt gecastreerd.
Het meest geschikte moment om een hengst te castreren wordt door meerdere factoren bepaald. Men kan een paard castreren vanaf een leeftijd van 18 maanden, op voorwaarde dat de beide testikels ingedaald zijn. Indien de eigenaar wil dat het dier zich eerst voldoende ontwikkelt qua bespiering en uitstraling, wordt het paard beter op een leeftijd van 3 à 4 jaar gecastreerd. Ook het seizoen speelt een rol. Het voorjaar geniet de voorkeur. Het paard kan dan enerzijds op weide en door beweging kunnen zijn gemaakte wonden voldoende draineren, anderzijds zijn er nog niet zo veel insecten aanwezig die de wonde kunnen infecteren.
- Staande castratie
Hengsten kunnen bij ons staande gecastreerd worden, dit afhankelijk van het individu. Op deze manier wordt het anesthesierisico en de anesthesieduur sterk beperkt.
- Liggende castratie
De procedure loopt gelijk aan de staande castratie met als grote verschil dat het paard nu neerligt. Deze vorm van castratie wordt voornamelijk bij moeilijke en meer gevaarlijke paarden toegepast.
- Liggende castratie onder gasanesthesie
Hiervoor kan geopteerd worden, wanneer men het paard terug snel in het werk wil. De procedure verloopt steriel, zodat de wonden gesloten kunnen worden. Een nadeel is dat het anesthesierisico niet te vermijden is. Verzekeringen vragen soms om het paard op deze manier te castreren.
- Castratie bij een cryptorch of klophengst
Een cryptorch is een hengst waarbij één of beide testikels onvoldoende ingedaald zijn. De testikel(s) kan/kunnen zich ter hoogte van het lieskanaal of in de buikholte bevinden. Bij een klophengst is/zijn de testikel(s) in de buikholte aanwezig. Dit heeft als gevolg dat de temperatuur rond de testikel gelijk is aan de lichaamstemperatuur en dus te hoog voor een testikel. Deze reageert hierop door een overmatige testosteronproductie. Een klophengst vertoont dus tijdens puberteit en volwassenheid meestal overdreven hengstenmanieren en kan bijgevolg gevaarlijk zijn voor de mens. De oplossing hiervoor is castratie.
De methode is afhankelijk van de lokalisatie van de testikel. Wanneer de testikel zich in het lieskanaal bevindt, kan het paard gecastreerd worden zoals bij een liggende castratie onder gasanesthesie. Wanneer de testikel zich echter te hoog in het lieskanaal bevindt of in de buikholte dan wordt er een incisie ter hoogte van het lieskanaal of in de buikwand gemaakt en zo de testikel naar buiten gebracht. Bij deze operatie dient men de nodige voorzorgen te nemen.
Tijdens arthroscopie wordt er letterlijk in het gewricht gekeken met een daarvoor geschikte camera. Het grote voordeel van deze techniek is dat men door het aanbrengen van 2 kleine openingen het gewricht kan betreden, beoordelen en behandelen. Arthroscopie wordt toegepast ter behandeling van OCD en al dan niet infectieuze artritis.
- OCD (Osteochondrosis dissecans)
OCD is een gewrichtsaandoening die tijdens de groei in het eerste levensjaar ontstaat. Het gewrichtskraakbaan zal tijdens het eerste levensjaar aan de zijde van bot verbenen. Wanneer dit verbeningsproces te langzaam gaat of te snel, dan ontstaat er lokaal een verdikking van het kraakbeen. Dit is osteochondrose en kunnen we op een radiografie zien als een indeuking of afvlakking van het gewrichtsoppervlak. Wanneer dit stukje verdikt kraakbeen los komt en verbeent, krijg je een stukje bot in het gewricht. Dit heet osteochondrosis dissecans.
Deze losse fragmenten kunnen er door middel van een arthroscopische benadering met de juiste instrumenten uitgehaald worden en de mate van mogelijks aanwezige kraakbeenschade kan zo geëvalueerd worden.
Ook osteosynthese (herstellen van botfracturen) en arthrodese (vastzetten van gewrichten) bieden wij aan op onze praktijk. Fracturen kunnen levensbedreigend zijn voor uw paard. Bij transport naar de kliniek is een degelijke externe immobilisatie van het betrokken lidmaat van levensbelang. De prognose is vaak gereserveerd en afhankelijk van het type bot dat betrokken is en het type van fractuur. Gelukkig komen botfracturen zelden voor.
Een type botfractuur welke regelmatig gezien wordt, maar gelukkig meestal een goede prognose heeft is een griffelbeenfractuur.
- Griffelbeenfractuur
De griffelbeentjes bevinden zich ter hoogte van de binnen en buitenkant van het pijpbeen aan zowel de voor als achterbenen. Een paard heeft dus 8 griffelbeentjes in totaal. De meest voorkomende oorzaak van een griffelbeenfractuur is trauma. Deze fractuur kan gepaard gaan met een open wonde of gesloten zijn, het botfragment kan verplaatst zijn. Het botfragment kan vastgezet worden of verwijderd worden, afhankelijk van het type breuk. Paarden herstellen doorgaans goed na deze operatie.
Sommige wonden kunnen dermate uitgebreid zijn en eventueel moeilijk benaderbaar zodat deze best gereinigd en behandeld worden onder algemene anesthesie.
Tie-forward en Tie-backward (cornage)
Verwijderen ectopische tand
Inwendige geneeskunde
Bij het onderzoeken van inwendige ziekten kunnen verschillende essentiële orgaansystemen aangetast zijn. We beoordelen hierbij de ademhaling en luchtwegen, het hart, het digestie apparaat (maag, darmen, lever), de huid, de urinewegen, het zenuwstelsel en spierafwijkingen en hoe zij als een geheel de gezondheid van uw paard beïnvloeden.
Er is vaak een combinatie van meerdere onderzoekstechnieken en -apparatuur nodig.
Hiermee kijken we vanaf het neusgat, via de larynx in de luchtpijp tot aan de ingang van de longen. We kunnen stalen nemen om eventueel longbloeden, ontsteking en bacteriën aan te tonen en zo gericht te kunnen gaan behandelen. Ook diagnose van cornage, dorsale verplaatsing van het zachte gehemelte, epiglottiscysten en afwijkingen, enz... kunnen bij ons door middel van endoscopie aangetoond worden.
Ook kan men via endoscopie het laatste gedeelte van de darmen beoordelen en indien nodig een darmbiopt nemen.
Met de gastroscoop kijken we vanaf het neusgat, via de farynx in de slokdarm tot in de maag. Mogelijke maag en/of slokdarmulcera kunnen in beeld gebracht worden. Paarden die bij ons worden aangeboden voor gastroscopie, dienen 24 uur voor het onderzoek uitgevast te worden. Water mag gegeven worden tot 12 uur voor het onderzoek.
Een bloedonderzoek kan enorm veel hulp bieden bij chronisch zieke paarden, bij het bepalen van een prognose van koliek en bij paarden die het algemeen niet zo goed doen. Het is dus van onschatbare waarde voor de dierenarts.
Echografie heeft ook zijn toepassing in de inwendige geneeskunde. We kunnen de darmmotiliteit en de wand ervan gaan beoordelen bij koliek. Het voortplantingsstelsel kan in beeld gebracht worden. De lever en nieren kunnen in beeld gebracht worden en we ook het hart kan beoordeeld worden.
We maken hierbij een hartfilmpje waarbij de elektrische activiteit van het hart in beeld wordt gebracht. Bij ECG maken we gedurende enkele minuten een opname bij het stilstaande dier. Bij Holter monitoring kan de meting gedaan worden bij een paard in actie. Verder kan deze apparatuur opgelaten worden gedurende langere tijd terwijl het dier op stal staat.
Dit is een longspoeling waarbij we informatie over de cytologische toestand van de longen kunnen verzamelen en interpreteren.
Chiropractie
Wanneer u een chiropractor zoekt voor uw paard kunnen we voor u een afspraak maken met dierenarts/ chiropractor Wouter Dierckx. We werken met Wouter Dierckx samen op gebied van chiropractie.
Tandheelkunde
Paarden beschikken over 24 melktanden en later over 36 à 44 definitieve tanden, naargelang de aanwezigheid van hoektanden en/ of wolfskiezen. De verschillende tanden wisselen op verschillende stadia van de jeugdjaren van het paard. Het definitieve gebit is tussen de leeftijd van vier à vijf jaar volledig gevormd. De tanden van een paard groeien ongeveer door tot de leeftijd van 12 jaar waarna ze nog lijken te groeien door het verder te voorschijn komen uit de tandkas. De tanden blijven groeien om een antwoord te bieden aan de slijtage die de ze ondervinden bij het fijn vermalen van hooi, voordroog of stro.
Maar... de onderkaak is nauwer dan de bovenkaak, waardoor de maaltanden van een paard niet perfect op elkaar staan. Hierdoor ontstaan na uren kauwen de gekende scherpe randen of emailpunten die in de wang en/of tong kunnen prikken. Deze komen typisch voor aan de wangzijde in de bovenkaak en aan de tongzijde in de onderkaak. Dit fenomeen komt zo goed als bij alle paarden voor. Niet enkel scherpe emailpunten storen het eetproces van de paarden, ook haken zijn nefast. Deze ontstaan wanneer tanden slecht tegenover elkaar staan of wanneer het paard verzameld moet lopen. Door middel van een elektrische tandenrasp worden deze kwaaltjes opgelost.
Wanneer we het gebit van uw paarden controleren, kijken we uiteraard niet enkel naar haken of scherpe emailpunten, maar hebben we ook aandacht voor andere pathologiën zoals losse tanden, gebroken tanden, infundulumnecrose, caries,... We controleren en verzorgen het gebit van uw paard door middel van een mondspreider, elektrische tandenrasp, aangepaste tangen en beitels,... met een lichte sedatie van uw paard indien nodig.
Paarden kunnen tandproblemen erg lang verborgen houden alvorens er uiterlijk en in het gedrag van uw paard iets opgemerkt kan worden. Vandaar dat het erg belangrijk is om minstens één maal per jaar de tanden van uw paard te laten controleren door uw dierenarts en niet enkel in actie te schieten bij problemen tijdens het rijden of eten (bijvoorbeeld proppen maken).
Plasmabank
Onze praktijk heeft haar eigen plasmadonor, onze ruin Donnathello. We nemen regelmatig plasma af zodat we een voorraad kunnen aanleggen van diepgevroren plasma. Op die manier kunnen we steeds veulens of zelfs volwassen paarden uit de nood helpen.
Plasma is een bestanddeel van het bloed dat uit oa. antilichamen, voedingsstoffen, eiwitten, stollingsfactoren en water bestaat. We nemen het af door middel van een plasmaforese-toestel. We filteren het bloed, verzamelen het plasma in een daarvoor bestemde zak en sturen de rode bloedcellen rechtstreeks terug naar onze donor. Dit proces is volledig identiek aan plasma-donatie bij de mens en is dus minder ingrijpend dan bloed-donatie. Het plasma wordt vervolgens in speciale folie diepgevroren bewaard.
Plasma geven we aan veulens die te weinig antilichamen kregen via de biest van de merrie en/of ernstig ziek zijn. Ook volwassen paarden kunnen plasma gebruiken wanneer ze bijvoorbeeld langdurig diarree hebben al dan niet ten gevolge van een ernstige worminfectie etc..
Adoptiemerries
Betrouwbare ondersteuning wanneer een veulen zijn moeder verliest.
Wij stellen gedurende het volledige veulenseizoen adoptiemerries ter beschikking voor dierenartsen en klinieken. Al onze merries zijn zorgvuldig geselecteerd op hun moederinstinct en gedrag.
Een doordachte voorbereiding voor de adoptiemerries.
Onze adoptiemerries zijn ervaren en hebben al meerdere veulens gehad. Ze worden preventief in lactatie gebracht en dagelijks gemolken, zodat ze op het moment van nood effectief melk geven. Elke merrie wordt correct en nauwgezet opgevolgd door onze praktijk.
In veel situaties kunnen we onmiddellijk een adoptiemerrie inzetten. Doordat we preventief merries in de melk brengen en zelf dagelijks melken, vermijden we wachttijden van 10 tot 14 dagen die anders nodig zijn om een merrie eerst in lactatie te brengen.
Adoptie bij ons of op jouw kliniek
De adoptie kan zowel bij ons op de praktijk als op jouw kliniek plaatsvinden. We stemmen dit steeds onderling af, afhankelijk van de situatie en wat op dat moment het beste is voor het veulen.
Wanneer de adoptie bij ons gebeurt, volgen we merrie en veulen gedurende enkele dagen intensief op.
Wanneer een veulen zijn moeder verliest, kan het bij ons binnengebracht worden. We stabiliseren het veulen en plannen de adoptie later die dag.
De adoptiemerrie wordt met medicatie voorbereid, waardoor haar lichaam een bevalling simuleert. Het veulen wordt gecontroleerd bij de merrie gebracht. Dankzij de ervaring van onze merries verloopt dit vlot.
Na de adoptie:
- Dagelijkse opvolging van het veulengewicht
- Controle of de melkproductie voldoende is
- Observatie van het gedrag tussen merrie en veulen
Na twee dagen mogen merrie en veulen vertrekken wanneer alles stabiel is. De merrie blijft meestal bij de eigenaar tot het veulen gespeend is. Uiterlijk tegen maart van het volgende jaar wordt de merrie teruggebracht.
Alle merries zijn in orde met vaccinatie, ontworming en hoefverzorging voor ze vertrekken.